Terugbetaling hoorapparaat per leeftijd: kinderen, volwassenen en 65-plussers
Geschreven door de redactie van horen.be
Gepubliceerd op 3 augustus 2026 · laatst bijgewerkt op 5 augustus 2026
Je leeftijd bepaalt hoeveel het RIZIV terugbetaalt voor een hoorapparaat. Een kind van 10 krijgt in 2026 € 1.451,56 voor één toestel, een werknemer van 50 krijgt € 884,59 en een gepensioneerde van 70 krijgt € 859,59. Dezelfde soort zorg, drie verschillende bedragen. Ook de termijn waarna je een nieuw toestel terugbetaald krijgt, verschilt: 3 jaar voor kinderen, 5 jaar voor iedereen vanaf 18. Hieronder vind je per leeftijdsgroep de bedragen, de termijnen en de punten waarop je moet letten.
De bedragen per leeftijd in 2026
Het RIZIV hanteert drie leeftijdscategorieën. Deze bedragen gelden bij aankoop via een geconventioneerde audicien:
| Leeftijd | Eén toestel (mono) | Twee toestellen (stereo) | Hernieuwing |
|---|---|---|---|
| Jonger dan 18 | € 1.451,56 | € 2.875,21 | om de 3 jaar |
| 18 tot en met 64 | € 884,59 | € 1.751,01 | om de 5 jaar |
| 65 en ouder | € 859,59 | € 1.701,46 | om de 5 jaar |
De bedragen zijn vaste tegemoetkomingen. Kost je toestel meer, dan betaal je het verschil zelf. Kost het minder, dan is je opleg kleiner. Met de terugbetalingscalculator reken je in een paar klikken uit wat dat voor jouw situatie betekent.
Jonger dan 18: de hoogste tegemoetkoming
Voor kinderen en jongeren onder 18 ligt de tegemoetkoming veel hoger dan voor volwassenen: € 1.451,56 voor één toestel en € 2.875,21 voor twee. Vergelijk dat met de € 884,59 en € 1.751,01 voor een volwassene en het verschil is meteen duidelijk: € 566,97 meer bij mono en € 1.124,20 meer bij stereo.
Daar staat een kortere gebruikstermijn tegenover. Kinderen hebben al na 3 jaar opnieuw recht op terugbetaling, waar volwassenen 5 jaar wachten. Een kind groeit, het gehoor kan veranderen en de eisen aan een toestel veranderen mee. Een kleuter heeft andere behoeften dan een tiener die op school in rumoerige klassen moet functioneren.
Een rekenvoorbeeld. Stel dat je voor je dochter twee toestellen kiest die samen € 3.000,00 kosten. Het RIZIV betaalt € 2.875,21 terug. Je eigen aandeel is dan € 124,79. Voor een volwassene met dezelfde toestellen zou de opleg € 1.248,99 bedragen. Bij kinderen dekt de tegemoetkoming dus een groot deel van de prijs, ook bij duurdere toestellen.
De procedure loopt voor kinderen langs dezelfde weg als voor volwassenen: een NKO-arts onderzoekt het gehoor en schrijft een voorschrift, daarna volgt een proefperiode bij een geconventioneerde audicien. Eén verschil: de vragenlijst over hoorsituaties (bijlage 17bis) is alleen voor volwassenen bedoeld, kinderen hoeven die niet in te vullen.
Van 18 tot en met 64: de middencategorie
Volwassenen tussen 18 en 64 krijgen € 884,59 voor één toestel en € 1.751,01 voor twee. De hernieuwingstermijn is 5 jaar.
In deze levensfase speelt gehoorverlies vaak op de werkvloer: vergaderingen volgen, telefoneren, gesprekken in een lawaaierige omgeving. De vragenlijst die je bij de audicien invult, brengt precies die situaties in kaart, zodat de audicien toestellen kan voorstellen die daarop zijn afgestemd.
Wie in deze groep valt, betaalt bij duurdere toestellen wel het grootste deel van het verschil zelf. Neem opnieuw het voorbeeld van twee toestellen van samen € 3.000,00: na de RIZIV-tegemoetkoming blijft € 1.248,99 voor eigen rekening. Kies je een set van € 2.000,00, dan zakt de opleg naar € 248,99. Het loont dus om bij de audicien meerdere prijsklassen te vergelijken tijdens de proefperiode. Sommige mutualiteiten leggen daar nog € 50,00 tot € 200,00 bovenop; het overzicht daarvan vind je in wat jouw mutualiteit extra geeft.
65-plussers: iets lagere bedragen, zelfde rechten
Vanaf 65 jaar bedraagt de tegemoetkoming € 859,59 voor één toestel en € 1.701,46 voor twee. Dat is € 25,00 minder dan in de middencategorie bij mono en € 49,55 minder bij stereo. Het verschil bestaat, maar het blijft beperkt tot een paar procent van het totale bedrag.
Voor de rest verandert er niets. De voorwaarden zijn dezelfde, de procedure is dezelfde en de hernieuwingstermijn blijft 5 jaar. Een maximumleeftijd bestaat niet: de categorie begint bij 65 jaar en heeft geen bovengrens, dus ook op je 80e of 90e heb je bij gehoorverlies gewoon recht op de tegemoetkoming en op een hernieuwing om de 5 jaar. Ook 65-plussers doorlopen dus het volledige traject: NKO-arts, voorschrift, proefperiode van minstens 28 kalenderdagen bij een eerste toestel, en daarna de aanvraag via de mutualiteit. Het complete traject staat beschreven in het stappenplan voor de terugbetaling.
Word je binnenkort 65 en overweeg je een hoorapparaat? Dan kan de timing van je aanvraag een klein verschil maken, omdat de leeftijdscategorie het bedrag bepaalt. Vraag je audicien of mutualiteit welk bedrag in jouw dossier geldt voordat je de aanvraag indient. Zo kom je niet voor verrassingen te staan.
Wat voor elke leeftijd hetzelfde is
De bedragen verschillen, de spelregels niet. Voor elke leeftijdsgroep gelden dezelfde voorwaarden:
- een gemiddeld gehoorverlies van minstens 35 dB (decibel) aan het oor waarvoor je een toestel wil
- een gehoorwinst van minstens 5 dB met het toestel, gemeten met spraakaudiometrie
- een voorschrift van een NKO-arts, vóór de aankoop
- een toestel dat op de RIZIV-lijst van terugbetaalbare hoortoestellen staat
- aankoop bij een erkende audicien
Ook de proefperiode geldt voor iedereen: minstens 28 kalenderdagen bij een eerste hoorapparaat en minstens 14 kalenderdagen bij een hernieuwing. Die weken zijn geen formaliteit. De audicien meet aan het einde de behaalde gehoorwinst, en die meting bepaalt mee of de terugbetaling wordt goedgekeurd. Wat je in die periode kunt verwachten, lees je in het artikel over de proefperiode van een hoorapparaat.
Hernieuwing: 3 jaar tegenover 5 jaar
De hernieuwingstermijn is naast het bedrag het tweede grote verschil tussen de leeftijdsgroepen. Kinderen en jongeren onder 18 hebben om de 3 jaar recht op een nieuwe terugbetaling, iedereen vanaf 18 om de 5 jaar.
Op beide termijnen bestaan uitzonderingen. Gaat het gehoor met 20 dB achteruit, of is een overstap nodig van een toestel met luchtgeleiding naar een toestel met beengeleiding, dan kan een vervanging vroeger worden terugbetaald. Zo'n situatie beoordeel je nooit zelf: de NKO-arts stelt de verandering vast en de audicien onderbouwt ze met metingen. Bij een hernieuwing doorloop je de procedure opnieuw, met de kortere proefperiode van 14 kalenderdagen. De details vind je in het artikel over je hoorapparaat hernieuwen.
Een praktische tip voor ouders: noteer de datum waarop het toestel van je kind werd afgeleverd. Na 3 jaar mag je opnieuw aanvragen, en bij kinderen loont dat vrijwel altijd de moeite omdat de technologie en de behoeften van je kind in die periode veranderen.
Mono of stereo: het tweede toestel telt niet dubbel
Wie de tabel goed bekijkt, ziet dat het stereobedrag telkens iets lager ligt dan twee keer het monobedrag. Bij 65-plussers is twee keer mono € 1.719,18, terwijl stereo € 1.701,46 oplevert. In de middencategorie is dat € 1.769,18 tegenover € 1.751,01, en bij kinderen € 2.903,12 tegenover € 2.875,21.
Het verschil is klein, hooguit enkele tientallen euro's, maar het verklaart waarom je voor twee toestellen niet gewoon het dubbele van het monobedrag krijgt. Of één dan wel twee toestellen aangewezen zijn, is geen financiële keuze maar een kwestie van je gehoor. De NKO-arts en de audicien adviseren daarover op basis van het gehooronderzoek aan beide oren.
Zo pak je het aan per leeftijdsgroep
Voor ouders van een kind met gehoorverlies. Start bij de NKO-arts, ook als het gehoorverlies al op school of op de consultatie bij Kind en Gezin ter sprake kwam. Alleen het voorschrift van de NKO-arts opent de weg naar terugbetaling. Plan de proefperiode zo dat je kind het toestel ook op school kan uittesten, want daar moet het uiteindelijk vooral zijn werk doen. En noteer de afleverdatum met het oog op de hernieuwing na 3 jaar.
Voor volwassenen tot 64. Neem de vragenlijst bij de audicien serieus en beschrijf eerlijk waar je moeite mee hebt, van vergaderingen tot telefoongesprekken. Hoe concreter je antwoorden, hoe gerichter de audicien toestellen kan voorstellen binnen jouw budget. Vergelijk tijdens de proefperiode gerust meerdere prijsklassen: het RIZIV-bedrag blijft gelijk, je opleg niet.
Voor 65-plussers. De procedure is identiek aan die voor jongere volwassenen, alleen het bedrag ligt iets lager. Neem iemand mee naar de afspraken als je dat prettig vindt: twee paar oren onthouden meer, zeker bij het doornemen van prijzen en voorwaarden. En sta je vlak voor je 65e verjaardag, informeer dan eerst welk bedrag voor jouw dossier geldt.
En boven op het RIZIV-bedrag?
De leeftijdscategorieën gelden voor het wettelijke deel van de terugbetaling. Sommige mutualiteiten geven daarnaast een vast bedrag extra, zoals € 50,00 tot € 200,00 afhankelijk van mono of stereo, of een tussenkomst via een optionele verzekering. Die aanvullingen maken geen onderscheid naar leeftijd, wel naar het aantal toestellen en soms naar de plaats van aankoop. Het volledige overzicht per mutualiteit staat in wat jouw mutualiteit extra geeft voor een hoorapparaat.
Wil je weten wat jij of je kind in totaal kan terugkrijgen? Reken het uit met de terugbetalingscalculator, of leg je situatie voor aan een audicien. Twijfel je of het gehoorverlies groot genoeg is voor terugbetaling, dan is een gehooronderzoek bij een audicien of NKO-arts de enige manier om daar zekerheid over te krijgen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel krijgt een kind terugbetaald voor een hoorapparaat?
Voor kinderen en jongeren onder 18 betaalt het RIZIV in 2026 € 1.451,56 voor één toestel en € 2.875,21 voor twee toestellen, bij aankoop via een geconventioneerde audicien. Dat is beduidend meer dan bij volwassenen.
Krijg ik als 65-plusser minder terugbetaald dan een jongere volwassene?
Ja, het verschil is wel beperkt. Een 65-plusser krijgt € 859,59 voor één toestel en € 1.701,46 voor twee. Tussen 18 en 64 jaar is dat € 884,59 en € 1.751,01. Het scheelt dus € 25,00 bij mono en € 49,55 bij stereo.
Hoe vaak heeft een kind recht op een nieuw hoorapparaat?
Om de 3 jaar, tegenover 5 jaar bij volwassenen. Vroeger vervangen kan uitzonderlijk, bijvoorbeeld wanneer het gehoor met 20 dB achteruitgaat of wanneer een overstap van luchtgeleiding naar beengeleiding nodig is.
Gelden de voorwaarden voor terugbetaling voor alle leeftijden?
Ja. Voor elke leeftijd geldt een gemiddeld gehoorverlies van minstens 35 dB aan het oor waarvoor je een toestel wil, een gemeten gehoorwinst van minstens 5 dB en een voorschrift van een NKO-arts. Alleen de bedragen en de hernieuwingstermijn verschillen.
Welk bedrag telt als ik binnenkort 65 word?
De leeftijdscategorie bepaalt het bedrag, dus de timing van je aanvraag kan een klein verschil maken. Vraag aan je audicien of mutualiteit welk bedrag in jouw dossier van toepassing is voordat je de aanvraag indient.
Geeft de mutualiteit ook extra per leeftijd?
De vaste aanvullingen van mutualiteiten zoals Solidaris en de Liberale Mutualiteit hangen af van mono of stereo, niet van je leeftijd. Wel hanteert de Liberale Mutualiteit voor volwassenen dezelfde termijn van 5 jaar als het RIZIV.