NKO-voorschrift voor een hoorapparaat: wat de arts doet en hoelang het geldig is
Geschreven door de redactie van horen.be
Gepubliceerd op 3 augustus 2026 · laatst bijgewerkt op 5 augustus 2026
Wie een hoorapparaat met terugbetaling wil, start niet bij het hoorcentrum maar bij de neus-, keel- en oorarts. Zonder voorschrift van een NKO-arts betaalt het RIZIV geen euro mee, hoe duidelijk je gehoorverlies ook is. Dat voorschrift is meer dan een formaliteit. De arts controleert eerst of er iets anders met je oren aan de hand is en legt met een gehoortest vast hoe groot je verlies precies is. Zo verloopt zo'n consultatie, dit staat er op het voorschrift en zo lang blijft het geldig.
Waarom je eerst langs de NKO-arts moet
De reglementering van het RIZIV is duidelijk: de tegemoetkoming voor een hoorapparaat vereist een voorschrift van een NKO-arts. Een voorschrift van de huisarts volstaat niet, en een gehoortest bij de audicien alleen evenmin.
Daar zit een logica achter. Gehoorverlies heeft niet altijd dezelfde oorzaak. Soms is er een behandelbaar probleem, zoals een prop oorsmeer of vocht achter het trommelvlies. In dat geval helpt een hoorapparaat je niet vooruit en is een andere behandeling aangewezen. De NKO-arts sluit dat eerst uit. Pas als vaststaat dat een hoorapparaat de juiste oplossing is, volgt het voorschrift.
Je mag zelf kiezen naar welke NKO-arts je gaat. Een verwijsbrief van de huisarts is niet verplicht. Reken wel op enige wachttijd voor je afspraak, zeker in kleinere regio's.
Wat er tijdens de consultatie gebeurt
De consultatie begint met een gesprek. De arts vraagt wanneer je het gehoorverlies opmerkte, of het aan één of aan beide oren zit, of je oorsuizen hebt en of er doofheid in je familie voorkomt. Ook je werk en je luistergewoonten komen aan bod, want lawaai op het werk is een veelvoorkomende boosdoener.
Daarna kijkt de arts met een lampje in je oren. Zo ziet hij of je gehoorgang vrij is en je trommelvlies er normaal uitziet. Dat onderzoek duurt geen minuut en doet geen pijn.
Het belangrijkste deel is de gehoortest.
Het audiogram
Voor het audiogram neem je plaats in een geluidsdichte cabine met een hoofdtelefoon op. Je hoort pieptonen op verschillende toonhoogtes, van lage tot hoge frequenties. Telkens als je een toon hoort, druk je op een knop. De test meet per frequentie de zachtste toon die je nog waarneemt. Die drempels worden uitgedrukt in decibel (dB) en vormen samen een grafiek: je audiogram.
Vaak volgt ook een spraaktest. Je krijgt woorden te horen op verschillende volumes en herhaalt wat je verstaat. Zo wordt duidelijk hoe goed je spraak begrijpt, wat in het dagelijks leven meer zegt dan pieptonen alleen.
Het audiogram bepaalt of je recht hebt op terugbetaling. De voorwaarde van het RIZIV: een gemiddeld gehoorverlies van minstens 35 dB aan het oor waarvoor je een hoorapparaat wil. Dat gemiddelde wordt berekend op de frequenties 1.000, 2.000 en 4.000 Hz, de tonen die het belangrijkst zijn om spraak te verstaan. Zit je verlies boven die grens, dan kan de arts voorschrijven. Zit je eronder, dan is er geen RIZIV-tegemoetkoming. Een toestel op eigen kosten kan wel, en soms geeft de aanvullende verzekering van je mutualiteit een tussenkomst.
Bijlage 17: het formulier achter het voorschrift
Het voorschrift voor een hoorapparaat heeft in de administratie een eigen naam: bijlage 17. Dat formulier bestaat uit drie delen die samen het hele traject afdekken:
- Deel 1 is het testvoorschrift van de NKO-arts. Hiermee mag de audicien een proefperiode starten.
- Deel 2 is het testverslag van de audicien, met de resultaten van de proef en de gemeten gehoorwinst.
- Deel 3 is het afleveringsvoorschrift van de NKO-arts, waarmee het toestel definitief geleverd mag worden.
Voor volwassenen hoort daar nog een aanvullend document bij, bijlage 17bis, met een vragenlijst over je hoorproblemen in het dagelijks leven. Je audicien overloopt die samen met jou.
Je hoeft die formulieren niet zelf te kennen of in te vullen. De NKO-arts en de audicien doen het papierwerk en sturen het dossier naar de adviserend arts van je mutualiteit. Handig om te weten is wel dat "bijlage 17" op je documenten gewoon naar dit voorschrift verwijst.
Wat er op het voorschrift staat
Op het testvoorschrift vermeldt de NKO-arts je identificatiegegevens, de datum en zijn handtekening met RIZIV-nummer. De arts geeft aan dat een hoorapparaat aangewezen is en voor welk oor of welke oren dat geldt: links, rechts of beide. De resultaten van je gehoortest horen bij het dossier, zodat de audicien en de adviserend arts van je mutualiteit kunnen zien op welke meting het voorschrift steunt.
Vraag na de consultatie meteen een kopie van je audiogram voor jezelf. Bij een latere hernieuwing van je hoorapparaat is het nuttig om je oude meting bij de hand te hebben, bijvoorbeeld om te zien of je gehoor sneller achteruitgaat dan verwacht.
Twee voorschriften: eerst testen, dan kopen
Veel mensen denken dat één voorschrift volstaat, maar het traject telt er twee. Het testvoorschrift (deel 1) krijg je bij je eerste consultatie. Daarmee ga je naar een audicien naar keuze en start je de proefperiode met je hoorapparaat, minstens 28 kalenderdagen bij een eerste toestel en minstens 14 kalenderdagen bij een hernieuwing.
Na de proef keer je terug naar de NKO-arts met het testverslag van de audicien. De arts bekijkt de resultaten: draag je het toestel voldoende, is de gehoorwinst minstens 5 dB, ben je er in de praktijk mee geholpen? Is het antwoord ja, dan schrijft hij het afleveringsvoorschrift (deel 3). Pas daarmee wordt het toestel definitief van jou en kan de terugbetaling in orde komen.
Twee bezoeken aan de NKO-arts dus, met daartussen enkele weken proef. Plan die tweede afspraak al in tijdens je eerste bezoek, dan verlies je achteraf geen tijd.
Hoelang blijft het voorschrift geldig?
Een voorschrift blijft niet eindeloos bruikbaar. Voor het testvoorschrift geldt een termijn van 6 maanden: binnen die periode na de voorschrijfdatum moet het bij de audicien binnen zijn. Voor het afleveringsvoorschrift is de termijn korter, namelijk 2 maanden.
Die termijnen gaan over de tijd tussen het voorschrift en de ontvangst door de audicien. Zodra de documenten op tijd bij de audicien zitten, blijven ze geldig tot het einde van de aanvraagprocedure, ook als die procedure zelf langer duurt.
In de praktijk hoef je hier zelden wakker van te liggen. Wie binnen enkele weken na de consultatie naar het hoorcentrum stapt, zit ruim binnen de termijn. Blijft het voorschrift maanden in een lade liggen, dan riskeer je wel dat je opnieuw naar de NKO-arts moet. Twijfel je of je voorschrift nog bruikbaar is, bel dan even naar je audicien voor je een nieuwe afspraak bij de arts maakt.
Wat kost het bezoek aan de NKO-arts?
Een consultatie bij de NKO-arts wordt grotendeels terugbetaald door je mutualiteit. Je betaalt zelf het remgeld, en bij een niet-geconventioneerde arts komen daar supplementen bij. Wie recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming betaalt minder remgeld. Wil je vooraf zekerheid over het tarief, vraag dan bij het maken van je afspraak of de arts geconventioneerd is.
De gehoortesten die de arts afneemt, vallen onder de gewone nomenclatuur van de ziekteverzekering en worden mee verrekend. Grote kosten hoef je aan dit deel van het traject dus niet te verwachten. De echte investering zit in het toestel zelf, en daarvoor bestaat net de RIZIV-tegemoetkoming.
Na het voorschrift: zo gaat het verder
Met het testvoorschrift op zak kies je een audicien en start je de proefperiode. Na de proef en het tweede voorschrift dient het hoorcentrum je dossier in bij je mutualiteit, waar de adviserend arts de aanvraag goedkeurt. Daarna wordt de tegemoetkoming geregeld: € 859,59 tot € 2.875,21, afhankelijk van je leeftijd en of je één of twee toestellen nodig hebt.
Hoe die bedragen precies in elkaar zitten en wat je zelf nog moet indienen, lees je in ons overzicht van de terugbetaling van een hoorapparaat. Wil je meteen een cijfer voor jouw situatie, dan rekent de calculator op onze terugbetalingspagina het voor je uit.
Eén ding om te onthouden: begin bij de NKO-arts. Wie eerst een toestel kiest en pas daarna aan het voorschrift denkt, moet de proefperiode overdoen of loopt de tegemoetkoming zelfs mis. In de juiste volgorde kost het traject je twee consultaties en wat geduld, en levert het je honderden tot duizenden euro's terugbetaling op.
Veelgestelde vragen
Kan de huisarts een voorschrift voor een hoorapparaat schrijven?
Nee. Voor de RIZIV-terugbetaling moet het voorschrift van een NKO-arts komen. Je huisarts kan je wel doorverwijzen en is vaak de eerste die een gehoorprobleem opmerkt, maar zijn voorschrift geeft geen recht op de tegemoetkoming.
Hoelang is het voorschrift geldig?
Het testvoorschrift moet binnen 6 maanden na de voorschrijfdatum bij de audicien zijn, het afleveringsvoorschrift binnen 2 maanden. Zodra de audicien de documenten op tijd heeft ontvangen, blijven ze geldig tot het einde van de procedure.
Heb ik een verwijsbrief van de huisarts nodig voor de NKO-arts?
Nee, je mag rechtstreeks een afspraak maken bij een NKO-arts. Een verwijsbrief is dus niet verplicht, al kan je huisarts wel helpen om een geschikte arts in je buurt te vinden.
Moet ik voor een hernieuwing opnieuw een voorschrift halen?
Ja. Ook wie na 5 jaar (of 3 jaar onder de 18) een nieuw toestel wil met terugbetaling, start opnieuw bij de NKO-arts. De arts meet je gehoor opnieuw en schrijft een nieuw voorschrift.
Wat als mijn gehoorverlies kleiner is dan 35 dB?
Dan voldoe je niet aan de voorwaarde voor de RIZIV-tegemoetkoming. Een hoorapparaat op eigen kosten kan wel. Bespreek met je NKO-arts of audicien wat in jouw situatie zinvol is en of je mutualiteit een eigen tussenkomst voorziet.
De audicien doet toch ook gehoortesten, waarom dan nog naar de NKO-arts?
De audicien meet je gehoor om het toestel af te stellen en de gehoorwinst aan te tonen. Alleen een NKO-arts mag het voorschrift schrijven dat recht geeft op terugbetaling, en alleen die arts onderzoekt of er een medische oorzaak achter je gehoorverlies zit.